Boek: "In het puin van het getto"

In maart 2013 werd ik benaderd door twee journalisten: Helma Coolman en Pauline Broekema. Ze deden onderzoek naar het vrij onbekende kamp Warschau, dat gebouwd was op de puinhopen van het totaal vernietigde getto van Warschau. Ze waren op zoek naar informatie over mensen die in dat kamp gezeten hadden. Tot hun verbazing kwamen ze op mijn website terecht: ik bleek op 15 minuten afstand te wonen. Ze hadden op mijn website informatie gevonden over Willy Leeuwarden en ze waren erg benieuwd of ik toevallig nog meer informatie over hem had en wellicht in het bijzonder over de periode in Warschau. Deze informatie was totaal nieuw voor mij, maar ik herinnerde mij wel dat mijn oma Rose Hugenholtz-Lehmkuhl ooit verteld had dat ze een neef had gehad, die in de oorlog in Warschau had gezeten. Ik had dit nooit kunnen plaatsen. 
Ik kon de journalisten vertellen dat het toeval wilde dat ik samen met mijn nicht Rosita Steenbeek de week er op zou afreizen naar Noord-Duitsland, en dat we een bezoek zouden brengen aan Motek Leeuwarden, de zoon van Willy. In een vorig bezoek had hij mij een stukje van een videoband laten zien,  waarop zijn vader door een journalist is geïnterviewd. Het was een van de weinige dingen die Motek van zijn vader had en het was hem heel dierbaar. 
Tijdens ons bezoek aan Motek bleek hij van harte bereid te zijn om de video te laten digitaliseren en ter beschikking te stellen van de beide journalisten. 
In het interview beschrijft Willy Leeuwarden, gedurende 6 uur) zijn levensverhaal, hoe hij in 1938 naar Nederland vluchtte vanwege de nazi-terreur en uiteindelijk de grens is overgezet. Direct opgepakt en vanaf toen tot en met de bevrijding in 1945 in een onwaarschijnlijk groot aantal kampen te hebben doorgebracht: Flossenburg, Dachau, Auschwitz, maar ook Warschau. Het is een mirakel dat hij -7 jaar in concentratiekampen- de oorlog overleefd heeft.
De informatie is verwerkt in het boek dat over hun onderzoek is verschenen. Het boek is gepresenteerd in voormalig kamp Westerbork.  
www.kampwesterbork.nl/museum/tentoonstellingen/tijdelijke-tentoonstelling/inhetpuinvanhetgetto/index.html#/index
Onderstaande tekst is overgenomen van deze website:
Enkele honderden Nederlandse Joden zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog via Westerbork en Auschwitz tewerkgesteld als dwangarbeiders in een kamp in Warschau, samen met enkele duizenden anderen van verschillende nationaliteiten. De leefomstandigheden waren er buitengewoon slecht. De gevangenen moesten het puin van het verwoeste getto ruimen, omdat de Duitse bezetter het gebied in het hart van Warschau wilde ombouwen tot een Volkspark. Slechts enkele tientallen Nederlanders hebben dit kamp overleefd. Op basis van ooggetuigenverslagen en historische bronnen verschijnt bij uitgeverij Boom een boek over dit relatief onbekende kamp: ‘In het puin van het getto’, van Pauline Broekema en Helma Coolman. Ter gelegenheid van de verschijning van het boek stelde Herinneringscentrum Kamp Westerbork een expositie samen over dit kamp. 
Het getto van Warschau ontstond in 1940, toen de Duitse bezetter alle Joodse inwoners van de Poolse hoofdstad samendreef in een gebied van enkele vierkante kilometers, waar sinds eeuwen de Joodse wijk was gevestigd. Niet veel later werd die wijk ommuurd en afgesloten van de rest van de stad. Kort daarna werden de Joodse bewoners gedeporteerd naar werk- of vernietigingskampen elders in Oost-Europa. 
Groeiend en moedig verzet culmineerde op 19 april 1943 in de grote opstand, waarbij gewapende joden de aanval openden op de Duitse bezettingsmacht. Hoewel zij zich hardnekkig verdedigden waren de Joden niet opgewassen tegen de overmacht van de nazi’s en op 16 mei  was het verzet gebroken. Het getto lag in puin en de overgebleven Joodse inwoners werden overgebracht naar het vernietigingskamp Treblinka.
KZ Warschau: Om elke herinnering aan deze episode uit te wissen besloot de leiding in Berlijn dat het puin van het vernietigde getto moest worden opgeruimd.  Daartoe werden medio 1943 enkele duizenden Joden uit Auschwitz naar Warschau gedeporteerd. Met blote handen, beperkte hulpmiddelen en zonder veiligheidsvoorzieningen moesten de gevangenen gebouwen strippen, muren slechten, puin ruimen en stenen van cement ontdoen. In het maandlandschap dat het voormalige getto was geworden troffen de dwangarbeiders tijdens hun werkzaamheden soms lijken, maar ook onderduikers, die de opstand in kelders en bunkers hadden overleefd. Ze werden door de bewakers ter plekke doodgeschoten. Een tyfusepidemie in combinatie met de erbarmelijke leefomstandigheden dunden de kampbevolking dramatisch uit. Ook een onbekend aantal Nederlandse Joden stierf in deze periode.  Gegevens over de gevangenen in het werkkamp ontbreken omdat bij de nadering van de Russische bevrijders de volledige administratie werd vernietigd. In augustus 1944 werden de gevangen op een dodenmars richting Duitsland gevoerd. Bij de Poolse grens ging de reis verder in goederenwagens naar  Zuid-Duitsland. In bijkampen van Dachau haalde maar een zeer gering aantal Nederlandse gevangenen de bevrijding. 
De tentoonstelling: "In het puin van het getto" is te zien tot en met eind maart 2014.  Het gelijknamige boek In het puin van het getto van Pauline Broekema en Helma Coolman is verkrijgbaar in de boekenwinkel van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. 
9789089531360